Imengo is a Supply Chain Strategy and Execution firm Imengo helps to transform your Supply Chain Operations Imengo executes projects in the Procurement, Manufacturing and Logistics area
Imengo is a Supply Chain Strategy and Execution firm Imengo helps to transform your Supply Chain Operations Imengo executes projects in the Procurement, Manufacturing and Logistics area
Imengo is a Supply Chain Strategy and Execution firm Imengo helps to transform your Supply Chain Operations Imengo executes projects in the Procurement, Manufacturing and Logistics area
Imengo is a Supply Chain Strategy and Execution firm Imengo helps to transform your Supply Chain Operations Imengo executes projects in the Procurement, Manufacturing and Logistics area

3d printing will revolutionalize your supply chain

Latest developments in 3d printing are starting to impact traditional supply chain models.
Click on below link to get an update on where the world of 3d printing Technology currently stands.

While watching, think about how this will impact your business model?

3d printing: changing the world

Gerard Ekhart
March 2013

Manufacturing on the rise: ‘revival of the west’

Must read for anyone wanting to understand global manufacturing trends.
From the Swiss Fidelity research company..

the revival of the west

Europa doet het nog niet zo slecht…(Dutch article)

Europa is niet in verval: vijf mythen De levenskwaliteit is in de Europese economieën de beste uit de menselijke geschiedenis
De zoveelste eurotop komende week wekt de indruk van een Europa in verval. Dit beeld is niet juist. Het continent staat er juist goed voor, vindt Wereldbankeconoom Indermit Gill.

Europa heeft een slechte pers gehad. De Grieken en Italianen zijn verketterd wegens het in gevaar brengen van de euro, en IJsland, Ierland, Portugal en Spanje zijn bekritiseerd wegens hun roekeloze financiële beleid. Eindeloze topconferenties in Brussel hebben niet geholpen – het lijkt soms of Europa’s eigen leiders de schitterende prestaties van het eigen economische model niet ten volle appreciëren, van het project dat zij weer gezond proberen te maken. Ondertussen wordt Europa door de Amerikanen en Aziaten steeds meer gezien als een sloom, of zelfs verwend continent. Maar dit is een foute diagnose, en vijf verkeerde ideeën hebben hiertoe aanleiding gegeven.

De eerste mythe: Europa is in verval.

Feitelijk is dat niet zo. Eén manier om dat vast te stellen is aan de hand van de omvang van de Europese economie, het bruto binnenlands product (bbp). In de eerste jaren van deze eeuw is het Europese aandeel van de mondiale productie gelijk gebleven, op ongeveer 30 procent, terwijl het aandeel van de Verenigde Staten is gedaald van 31 naar 23 procent. De afgelopen twee decennia is het Europese bbp met ongeveer 2 procent per jaar gestegen, iets meer dan dat van de Verenigde Staten, waarbij sommige landen van de Europese Unie het een stuk beter hebben gedaan. Ierland werd sinds de toetreding tot de Europese Unie een van de tien rijkste landen ter wereld en staat ondanks de crisis nog steeds in de top tien. Na de val van de Berlijnse Muur, toen de communistische landen van Oost- en Midden-Europa markteconomieën kregen en hun economische banden met het Westen herstelden, zijn hun economieën harder gegroeid dan de rest van de wereld, op China na. In Polen is het inkomen per hoofd van de bevolking bijvoorbeeld gestegen van 2.000 dollar in 1990 naar ruim 13.000 dollar vorig jaar.

Ierland en Polen zijn geen uitzonderingen; Europa is een bedrijvig continent. Het speelt een rol in bijna de helft van de wereldhandel in goederen en diensten. Tweederde daarvan blijft in Europa, en dit zou wel eens één van zijn meest aantrekkelijke kenmerken kunnen zijn: de regionale handel heeft armere landen in Europa geholpen aansluiting te vinden bij de rijkere, waardoor Europa zich met gemak heeft kunnen ontwikkelen tot de beste omgeving voor opkomende economieën. Tussen 1970 en 2009 zijn de armere Europese economieën met bijna vier procent per jaar gegroeid, en zelfs de rijkere met bijna twee procent per jaar. Dit is een spectaculaire vooruitgang: de Amerikaanse groei van ongeveer 1,8 procent, over een hele lange periode, heeft de Amerikaanse economie tot de grootste van de wereld gemaakt.

Tijdens de afgelopen paar decennia hebben de Europeanen een ‘convergentiemachine’ uitgevonden die zijn gelijke niet kent, in Europa of daarbuiten. Net zoals de Verenigde Staten arme immigranten opnemen en ze omtoveren in huishoudens met hoge inkomens, heeft de Europese Unie arme landen opgenomen en er economieën met hoge inkomens van gemaakt. Om in andere delen van de wereld welvarend te worden, moest een land buitengewoon veel geluk hebben, door bijvoorbeeld olie aan te boren – zoals Saoedi-Arabië – of de consumptie en de burgerlijke vrijheden op te offeren – zoals de Oost-Aziatische ‘tijgers’. Maar in Europa heeft louter gedisciplineerd zijn – het solvabel houden van regeringen aan de hand van redelijke regels – een dozijn landen sinds het midden van de jaren tachtig geholpen ontwikkelde economieën te worden.

De tweede mythe: de Europese financiën zijn de slechtste ter wereld.

Het zou feitelijk wel eens omgekeerd kunnen zijn. Geld moet stromen van de rijkere, trager groeiende economieën naar armere en sneller groeiende economieën. Maar in een groot deel van de wereld hebben we precies het tegenovergestelde gezien – laten we dat het ‘China-syndroom’ noemen. Landen die geld hebben gestuurd naar West-Europa en de Verenigde Staten hebben het beter gedaan dan landen die hebben geprobeerd te doen wat verstandig lijkt – in het buitenland lenen, in eigen land investeren en sneller groeien. In Europa gedraagt kapitaal zich op een manier die economen graag zien: Oostenrijkse, Franse, Italiaanse en Zweedse spaargelden worden geïnvesteerd in Bulgarije, Tsjechië en Polen, hetgeen beide partijen ten goede komt. Het bankwezen in landen die nog maar een paar decennia geleden communistisch waren, is nu het meest geavanceerde ter wereld. Zo nu en dan wordt geld verkeerd gebruikt – geconsumeerd in plaats van geïnvesteerd – maar voor ieder land waar dit is gebeurd, zijn er in Europa twee landen waar het geld goed is besteed.

Regeringen, bedrijven en huishoudens met te veel schulden zijn rondom de Middellandse Zee talrijk, maar veel zeldzamer in Midden- en Noord-Europa. Helaas zijn financiële ongelukken net als vliegtuigongelukken zeer spectaculair, en de weinige landen die buitenlands kapitaal op een slechte manier hebben gebruikt, krijgen alle aandacht. In veel meer landen in Europa hebben buitenlandse spaargelden miljoenen geholpen aan de armoede te ontsnappen.

De derde mythe: Europese ondernemingen hebben veel concurrentiekracht ingeleverd.

De cijfers vertellen een ander verhaal. Terwijl Azië eind jaren negentig een stevige economische crisis onderging, gevolgd door een grote hausse, en de Verenigde Staten een productiviteitsrevolutie bewerkstelligden, gevolgd door een spectaculaire financiële crisis, hebben Europese ondernemingen stilletjes gebloeid. Tussen 1995 en 2009 hebben de ondernemers van West-Europa sneller banen gecreëerd dan hun Amerikaanse collega’s. De Europese economieën hebben ook meer van hun producten geëxporteerd dan Brazilië, Rusland, India en China, en bedrijven in Oost-Europa hebben hun productiviteit veel sneller zien stijgen dan die in Oost-Azië.

Zeker, Europa heeft een probleem. Maar dat komt door de tegenvallende prestaties van een paar landen. Het afgelopen decennium is de productiviteitsgroei in Griekenland, Italië, Portugal en Spanje negatief geworden. Nu de markten en de instellingen van het continent zo nauw zijn geïntegreerd – in dit geval delen de vier genoemde landen zelfs een gemeenschappelijke munt – kunnen economische slippertjes in slechts een paar landen snel tot problemen leiden in andere.

Duitsland heeft laten zien hoe de economische integratie kan worden gebruikt om een mondiale leider te worden. Geholpen door pragmatisch ingestelde vakbonden en door hervormingen van de sociale voorzieningen in eigen land, zijn de Duitse ondernemingen concurrerender geworden door de overname van bedrijven en het vinden van partners in Oost-Europa. Zij hebben voormalige staatsbedrijven in landen als Tsjechië veel efficiënter gemaakt en ze steeds moeilijker opdrachten gegeven. Franse en Italiaanse ondernemingen doen hetzelfde in Roemenië en Turkije, omdat het een goed bedrijfsmodel is. Volkswagen heeft tien jaar geleden Škoda gekocht, en vorig jaar boekte het concern een recordwinst van 21 miljard dollar, terwijl de autoproducenten in de Verenigde Staten en Japan het zwaar te verduren hadden. Dit jaar is Volkswagen het grootste autoconcern ter wereld geworden.

De vierde mythe: de Europese overheden zijn te groot.

Dat hangt ervan af. Europese overheden zijn groter en geven ongeveer 10 procent méér van hun bbp uit dan niet-Europese overheden. Dit is voor het grootste deel het gevolg van het feit dat ze meer besteden aan sociale voorzieningen, zoals AOW en werkloosheidsuitkeringen. Dit is de kern van het Europese sociale model. Het heeft Europa geholpen ’s werelds supermacht te worden op het gebied van ‘lifestyle’: op grond van de meest objectieve maatstaven is de levenskwaliteit in de geavanceerde Europese economieën de beste uit de menselijke geschiedenis.

Maar er zijn twee neveneffecten opgetreden: het model heeft geleid tot minder prikkels om te werken en heeft een zware wissel getrokken op de overheidsfinanciën. Net als in de VS, Japan en Zuid-Korea heeft meer welvaart betekend dat mensen korter werken en langere vakanties hebben, maar in veel Europese landen moedigen de royale sociale voorzieningen mensen aan eerder met pensioen te gaan, terwijl ze langer blijven leven. Franse mannen gaan nu negen jaar eerder met pensioen dan in de jaren zestig en leven gemiddeld zes jaar langer. Geen enkel pensioenstelsel kan zo’n grote verandering opvangen, tenzij mensen meer arbeidsuren per week maken en meer weken per jaar werken. In de jaren zeventig werkten de Fransen veel meer uren per week dan de Amerikanen. Vandaag de dag is het omgekeerde het geval.

Met 10 procent van de wereldbevolking en 30 procent van de mondiale economische productie neemt Europa ongeveer 60 procent van de mondiale uitgaven aan sociale voorzieningen voor zijn rekening. Tenzij hier iets aan wordt gedaan, zal het voor Europa onmogelijk worden het meeste te halen uit een beroepsbevolking die de komende vijf decennia met een miljoen individuen per jaar zou kunnen slinken.

De vijfde mythe: Europa moet zijn economisch model aan de dijk zetten.

Europa moet zijn benadering aanpassen, maar niet overboord gooien. Sommige delen van het model, zoals handel en financiën, werken goed, ook al kunnen ze nog worden verbeterd. De handel in digitale diensten zou veel omvangrijker kunnen zijn als de Europese economieën allemaal soortgelijke regels zouden hebben, en de financiën zouden stabieler kunnen zijn als de toezichthouders meer met elkaar zouden samenwerken. Dit begint nu te gebeuren.

Andere onderdelen van het model, zoals het bedrijfsleven, doen het in veel landen goed, hoewel de regeringen in Griekenland, Italië en Spanje het ondernemingsklimaat moeten verbeteren. Maar Zuid-Europa is de uitzondering en niet de regel: ruim de helft van de top dertig van landen waar je het beste zaken kunt doen, bevindt zich in Europa. IJsland en Ierland behoren zelfs tot de top tien. Griekenland staat op de honderdste plaats – zijn grootste probleem is niet een overgewaardeerde munt of ontoereikende publieke investeringen, maar de regelgeving die het lastig maakt er zaken te doen.

De Europeanen zijn bang dat ze niet zo succesvol zijn als de VS in de ‘nieuwe economie’, bij ontstentenis van jonge reuzenbedrijven als Apple, Google en Microsoft. Maar om innovatiever te worden, hoeven de grotere Europese economieën zoals Frankrijk, Duitsland en Engeland niet over de Atlantische Oceaan heen te kijken. Zij kunnen ook te rade gaan bij hun noordelijke buurstaten. Denemarken, Zweden en Finland staan bovenaan op de ranglijst van meest innovatieve landen ter wereld, en zelfs het kleine Estland heeft als broedplaats gediend voor een mondiaal succesnummer als Skype. Dat is ze gelukt door een paar elementen aan het Amerikaanse systeem te ontlenen: een gestaag aanbod van universitair geschoolde werknemers, regels op het gebied van de financiering van onderzoek en ontwikkeling die universiteiten en bedrijven dwingen samen te werken, en respect voor intellectuele eigendomsrechten. Het probleem is dat hun economieën niet dezelfde omvang hebben als die van Texas. De oplossing is niet moeilijk; een gemeenschappelijk Europees patentrecht en een efficiëntere gemeenschappelijke markt voor digitale apparatuur zouden een heel stuk schelen. Dit zou snel zijn beslag kunnen krijgen.

Het is de Europese benadering van werk en overheid die moet veranderen, en liefst snel. Sommige landen hebben laten zien hoe dit kan. Geconfronteerd met een economische crisis begin jaren negentig heeft Zweden zijn sociale zekerheidsstelsel opnieuw ingericht en de regelgeving voor bedrijven versoepeld, waardoor het als rolmodel kon dienen voor andere noordelijke economieën, zoals Finland. Begin deze eeuw heeft Duitsland – de ‘zieke man’ van Europa – zijn economische stelsel een opknapbeurt gegeven en buurstaten als Slowakije geïnspireerd hetzelfde te doen. Het is tijd voor de mediterrane landen om in hun voetstappen te treden.

Oproepen tot bezuinigingen in Europa worden vaak gepareerd met het argument dat Zweden heel veel overheidsuitgaven kent, terwijl de economie toch groeit. Maar sinds de economische crisis in het land begin jaren negentig hebben de Zweden het heel duur gemaakt om werkloos te blijven of vroeg met pensioen te gaan, en veel makkelijker om een bedrijf te beginnen en belasting te betalen. En ze hebben ervoor gezorgd dat de belastingbetalers waar voor hun geld krijgen in het onderwijs, de gezondheidszorg en andere publieke voorzieningen. Andere Europeanen zullen serieus de optie ‘minder overheid’ moeten onderzoeken, totdat hun overheden net zo goed worden gerund als die van Scandinavië. Wat uitzonderlijk is in Europa is dat buurstaten die beter af zijn bereid zijn crisislanden de helpende hand toe te steken.

De Europeanen zullen enige grote veranderingen moeten doorvoeren, maar gebleken is dat het Europese model wel degelijk kan functioneren. De Europese leiders zouden zich bewust moeten zijn van de kracht en prestaties van het Europese project en van zijn zwakten en mislukkingen – zodat ze niet alleen weten wat ze moeten veranderen maar ook wat ze moeten bewaren. De critici van Europa zullen moeten inzien dat de grootste successen en de snelste oplossingen altijd méér en niet minder Europa hebben betekend.

© 2012, NRC Handelsblad

Car Blog (4) – 2011, the story continues…

Regular readers of this blog know my opinion on the global automotive industry: shares highly overpriced and structural overcapacity on the total global operations.

Also in the year 2010, the Automotive sector showed the highest increase in share value of all global industries: +41%. As you may remember..2009 was +101%. Where does this end?

The emotional factor on the stock exchange is by now a commonly known, but the combination of automotive and stock exchange seems to be an example of maximum synergetic effects: 1+1 >3.
Prognosis from Automotive news for the years 2011 and 2012 show a total sales number of 66-67.5 million cars globally. This is still a lot of cars less than the 71.4 million sold in 2007.

How can an industry sector with minimal 50% global overcapacity survive in today’s marketplace? Well, national governments who seem to be as vain as the car manufacturers themselves, keep filling the gaps the car manufacturers themselves have created. Squeezing suppliers, introducing cars below total cost price is in the end financed by us, the taxpayer.

The power of branding and customer intimacy seems strong enough to overcome the lack of operational innovation.

Car blog (3) – Motors Liquidation Company, the GM story continues

When in August 2009 GM went bankrupt, the name of the old GM was changed into Motors Liquidation Company. The new company, with the US Government as majority shareholder, was named again GM, which jokingly was referred to as Government Motors first. November 18, General Motors returned to the New York Stock Exchange for the second time in their existence. It was to everyone’s surprise the biggest introduction of a company ever…worldwide…US$ 23.1 bln.

Some more facts on this:

– the US Government took over GM for around US$ 50 bln and became 61% shareholder

– the net debt of the new GM was reduced from US$ 46 bln to a mere US$8 bln by the official bankruptcy

– after the Stock Exchange introduction the US Government is now holds about 26% of the new GM shares

– the overall net profit level of the combined automotive industry worldwide is still around 1% of it’s sales and therefore still one of the lowest of all global industry sectors (see FD300 for more details)

The analysts frowned looking at the high price investors were willing to pay for the new GM shares. But it’s full circle now and everybody seems happy:

– the US government bought a company who would go bankrupt within help; they got rid of most of the debts, closed 12 factories and laid off 34,000 people

– the new GM now looks bright and shining again and investors seem to love it…

If you sit back and look what happened, it’s quite strange. I keep wondering if this is the way our new global economy really works…? If it suits the government, it can decide to help a mismanaged global enterprise to stay alive to save jobs and it’s status as automotive leader without any penalty from the World Trade Organization or simiral global institutions.

Fair competition? Survival of the fittest? Elimination of overcapacity in the market? I think not..

Just plain good old protectionism…and the Wall Streets boys all love it….their bonus is secured for 2010.

Gerard Ekhart / November

CoCreation..Supply Chain Innovation at work

Product Leadership is one of the cornerstones of leading enterprises.

Developing new products and services is the basis for growth of businesses as well as our local/global economies. Successful product innovations share some similarities and valuable lessons can be learned from successes as well as failures.

Not making the same mistakes others have made before you is one way of securing success. Imengo has developped ‘The 5 laws of CoCreation’ based on our experiences in various industries.

You can find our Point of View on this here.

Gerard Ekhart

September 2010

Car Blog (2) – Government Motors

Since the former largest automotive company in the world has a  new shareholder, the US Government for 61%, things seemed to have improved considerably.

In Q2-2010, the company showed a considerable net profit of $ 1.3 billion over a 3  month period. Exceptional, said all automotive industry analysts in the business papers.

What’s really happening? Well, GM wants to go to the stockmarket on short term to raise about $ 15 billion to get rid of the ‘Government’ and become ‘General Motors’ . With the global markets slowing down again, they are in a hurry. Seize the moment, while the champagne corks are still plopping.

I wonder what type of investors are going to step into this company who has had 4 CEO’s in the last 18 months. Would you? Probably your bank will..

Let’s wait and see what happens. I’ll keep following things up.

Gerard Ekhart

Trendwatcher Automotive

August 2010

The Netherlands…..still the Gateway to Europe?

Indeed it is!

One example to support this slogan is the new combined European Headquarters and Warehouse facility from
Collective Brands Inc, which was officially opened June 30th, 2010 in Heerhugowaard in Noord Holland province.

Imengo was tasked to run the overall Program Office for this Project, which included Preparation, Execution and Delivery of both Warehousing facilities and well as Office facilities. For more information please read the press release from Collective Brands from June 29th. http://www.collectivebrands.com/investors/press-releases

Gerard Ekhart
June 30, 2010

Supply Chain Champs

Every year AMR research (www.amrresearch.com ) publishes the Top25 Supply Chain Leaders in our Global economy.

Apart from all the financial and operational data being reviewed (like Return on Assets and Inventory Turns), other elements driving Supply Chain Excellence are being introduced into the metrics of this Top25.

To name a few:

– Revenue Growth

– DDSN score, meaning Demand Driven Supply Network

Demand Driven Excellence is considered to be the main distinguishing element for Supply Chain Champs. DDE integrates all relevant business processes and consists of the following elements:

  • Supply Management – Manufacturing, logistics and Sourcing
  • Demand Managent – Marketing, Sales & Service
  • Product Management – R&D, Engineering and Product Development

Take a look at AMR’s website for more info (free registration).

The Top25 of 2009: http://www.amrresearch.com/research/highimagequality/0905AMRC-Friscia3T01-1.png

More on Demand Driven Excellence: http://www.amrresearch.com/Content/View.aspx?compURI=tcm%3a7-43469&title=The+AMR+Research+Supply+Chain+Top+25+for+2009

Supply Chain Management is truely becoming the ultimate integrator of Customer Intimacy, Product Leadership and Operational Excellence.

In a couple of weeks, the new Top 25 will be published again. More to follow.

Gerard Ekhart

April 2010

Can silo based organizations innovate their Supply Chain?

My Golden Rule is “structure follows strategy.”

But, it is also crucial to understand the “genes” of the organization. Implementing supply chain innovation in an organization like the army, for instance, is completely different from implementing supply chain innovation in an organization such as Apple, simply because of the genes, the structure, and the type of people working in that organization.

– 
Gerard Ekhart, Owner and Founder

 

Please the full article on:  http://logipi.com/public/item/252375

or listen to the live interview at: http://vimeo.com/10168698

« Previous PageNext Page »